Main content

Geschreven door John Muchangi, vertaald door Christy de Back

Dorcas Zvanyadza is klein van stuk. Haar werkkleding zit ruim en haar rubberlaarzen komen tot boven de knie. De 41-jarige Zimbabwaanse heeft vijf kinderen tussen de 5 en 25 jaar oud. “In april 2009 ben ik hier gaan werken in een grote bloemkwekerij. Eerst als manusje van alles. Nu ben ik rozenplukster. Mijn moeder werkte hier en zij vroeg me om hier ook te komen werken.”

Kleine woonruimte

Ze woont op het terrein van de bloemkwekerij in een kleine woning. “We hebben heel weinig ruimte,” vertelt ze en vraagt me of ik even binnen wil kijken. “Mijn oudste dochter is een alleenstaande moeder en woont bij ons met haar baby.” Zelf deelt Dorcas een slaapkamer met haar twee dochters en kleinkind. De jongens van 18 en 14 jaar slapen in de kleine keuken. Daar is ook een fornuis, en een plank met wat keukengerei. Hoe passen de jongens in zo’n kleine ruimte? “Ze hebben geen keus.”

Dorcas vertelt dat haar maandloon van 17 US dollar veel te weinig is om alles van te kunnen betalen. Ze kan er zelfs niet genoeg eten van kopen. “De bloemkwekerij geeft ons iedere maand een zak van 10 kilo maïsmeel en 500 gram bonen. Maar dat is nauwelijks genoeg voor het hele gezin.”

Schoolgaande kinderen

Haar oudste zoon is 18 en zit nog op school. Het schoolgeld is omgerekend 10 US dollar per maand. Haar jongere zoon gaat naar een school waar het schoolgeld ook echt in Amerikaanse dollars betaald moet worden. Iedere maand moet ze die 7 US dollar weer bij elkaar zien te schrapen. Voor haar dochter van 8 jaar betaalt ze omgerekend 4 US dollar schoolgeld per maand. “Je ziet het: ik verdien niet genoeg geld,” zegt ze berustend.

Nooit rust

Hoe lukt het Dorcas om tóch rond te komen? “Ik werk zes dagen per week als rozenplukster in de bloemkwekerij. Op de zevende dag, als ik eigenlijk zou moeten rusten, ga ik naar gezinnen in de buitenwijken om hun kleding te wassen tegen betaling.” Dit verklaart waarom ze er zo uitgeput uitziet. “Ik heb nooit rust. Ik heb ook een moestuin zodat we iets meer te eten hebben. We verbouwen seizoensgroenten. Nu is de maïs bijvoorbeeld bijna rijp om geoogst te worden, maar we verbouwen allerlei groente en ook pompoenbladeren. Dan hebben de kinderen iets betere voeding.”

Een leefbaar loon

Dorcas vertelt dat ze tevreden zou zijn als haar maandloon zou stijgen naar 40 US dollar. “Met een leefbaar loon zouden mijn kinderen en ik gevarieerder kunnen eten. Nu eten we iedere ochtend en iedere avond maïspap. De kinderen zijn ondervoed en kunnen zich niet concentreren op hun schoolwerk.”

Ze is niet zo hoopvol voor de toekomst. “Misschien gaan er op een dag wel dingen voor ons veranderen, zodat we het iets beter zullen krijgen.”

Verhalen van andere rozenpluksters

Lees het verhaal van Eunice Ama, rozenplukster in Kenia
"Met een leefbaar loon kan mijn familie gezond eten."

Lees het verhaal van Fatuma Murugi, rozensoorteerder in Kenia
"Met een leefbaar loon kan ik een veilige woning betalen."

Lees het verhaal van Elizabeth Winzinia, werkzaam op een bloemkwekerij in Zimbabwe:
"Met een leefbaar loon kan ik boeken voor mijn kinderen kopen."

Lees het verhaal van Mercy Njeri, rozenplukster in Kenia
"Met een leefbaar loon kan mijn zoon naar school."