Main content

Geschreven door John Muchangi, vertaald door Christy de Back

Mercy Njeri werkt pas vier maanden voor een grote bloemkwekerij in Naivasha en behoort daarmee tot de nieuwkomers. “Ik ben nu 26 en vorig jaar augustus naar Naivasha verhuisd. Sinds oktober werk ik in een bloemkwekerij. We kregen geen beschermende kleding of schoenen op het werk. De kwekerij gaf ons alleen een overjas. Ik moest zelf stof kopen om mijn hoofd te bedekken.”

Mercy, die oorspronkelijk uit het westen van Kenia komt, heeft haar school niet afgemaakt. Op haar 20ste kreeg ze een zoontje; dat was in 2014. Na een half jaar heeft ze haar zoontje bij haar moeder achtergelaten en is ze op zoek gegaan naar werk om haar zoon en zichzelf in levensonderhoud te kunnen voorzien. Ze vond een baan als beveiligingsmedewerker in een supermarkt in Nairobi, zo’n 900 km verderop. “Toen ik daar 1 jaar en 3 maanden had gewerkt, verhuisde ik naar Naivasha. Mijn tante wilde dat ik hier kwam en bij haar kwam wonen, omdat het helemaal niet goed met haar ging,” legt Mercy uit. Vorig jaar is Mercy in de grote bloemkwekerij gaan werken, toen ze zag dat haar tante moeite had om voor haar gezin te zorgen.

De tante van Mercy is een alleenstaande moeder met twee kinderen. Haar gezin woont in de wijk Mirera Inns waar ze twee kleine woningen huurt. Iedere woning heeft een woonkamer en een slaapkamer. Haar tante slaapt in het ene huis, terwijl Mercy met de twee kinderen van haar tante in het andere huis wonen.

Werkende armen

Het maandloon van Mercy is erg laag, omdat ze nog maar pas in de kwekerij werkt. “Ik krijg het basisloon van 67 US. We krijgen nooit een loonstrookje. Aan het eind van de maand ga je alleen even naar de bank om te controleren of het geld is bijgeschreven op je rekening. Na aftrek van alle belastingen en premies, houd ik meestal nog maar 50 US dollar over. Dit is echt heel erg weinig, zeker als je bedenkt dat ik hiervan ook mijn tante moet helpen, en voor het levensonderhoud van mijn zoon moet betalen in het dorp in het westen van Kenia. We betalen 30 US dollar per maand voor de huur van de twee kleine woningen, 15 US dollar per woning.” Meestal eten zij iedere dag ugali (maïspap), of rijst, en boerenkool. Ze eten maar 1 keer per maand dierlijke eiwitten.

Mercy gaat iedere dag met de bus naar haar werk. Zoals de meeste bloemkwekerijen, huurt haar werkgever die bussen om de bloemenplukkers rond 5:00 uur in de ochtend op te halen op de grote, doorgaande weg. Maar haar shift begint om 9:00 uur, dus zij wordt later opgehaald. “Ik werk zes dagen per week en kan alleen op woensdag uitrusten. Afhankelijk van de hoeveelheid werk, ben ik meestal pas om middernacht of om 1:00 uur klaar met werken. Zeker nu het bijna Valentijnsdag is. Het enige wat ik in het huishouden kan bijdragen is iets vroeger opstaan om de afwas te doen.”

Ver van huis

Deze week is Mercy al vier dagen niet naar haar werk gegaan. Ze heeft maagpijn, hoofdpijn en steken in haar borst. “Toen ik ziek werd op mijn werk, zei mijn leidinggevende dat ik naar de dokter mocht die vlakbij de kwekerij zit, maar daarna meteen terug moest komen. Maar ik kon mijn werk helemaal niet goed meer doen. Toen werd ik naar huis gestuurd. Ik weet niet of ik wel betaald wordt voor de dagen dat ik niet gewerkt heb. Ik ben nog niet helemaal beter, maar misschien ga ik morgen weer werken. Mijn leidinggevende belde gisteren om te vragen waarom het zo lang duurde voordat ik weer kwam werken.”

Mercy mist haar zoontje heel erg. “Ik heb hem al een jaar niet gezien. Ik heb geen geld om naar huis te gaan, want de busreis is zo duur. Ik spreek hem alleen via de telefoon. Als ik zijn schoolgeld van 60 US dollar per jaar niet kan betalen, dan helpt mijn moeder – bij wie mijn zoontje woont – mij daarmee.”

Een leefbaar loon

Er is maar één ding dat haar leven kan veranderen: beter betaald worden. Een leefbaar loon krijgen. “Ik zou tevreden zijn met 150 US dollar per maand. Dan kon ik al mijn rekeningen betalen. Ik hoef niet heel veel geld te verdienen, want ik heb mijn school niet afgemaakt. Daar ben ik heel verdrietig over, want mijn twee jongere broers hebben wel een paar jaar langer op school gezeten dan ik.”

Verhalen van andere rozenpluksters

Lees het verhaal van Eunice Ama, rozenplukster in Kenia
"Met een leefbaar loon kan mijn familie gezond eten."

Lees het verhaal van Dorcas Zvanyadza, rozenplukster in Zimbabwe
“Met een leefbaar loon zouden mijn kinderen en ik gevarieerder kunnen eten."

Lees het verhaal van Fatuma Murugi, rozensoorteerder in Kenia
"Met een leefbaar loon kan ik een veilige woning betalen."

Lees het verhaal van Elizabeth Winzinia, werkzaam op een bloemkwekerij in Zimbabwe:
"Met een leefbaar loon kan ik boeken voor mijn kinderen kopen."